Artikelen

Detectie van defecten aan de waterdichtingslaag in de dakbedekking

Ook tegenwoordig treden nog defecten aan de dakbedekking op, ondanks dat de meeste fabrikanten inmiddels systeemoplossingen gebruiken. Lekkage treedt meestal op kritische plaatsen op, of als ongeschikte werkwijzen zijn toegepast. De vochtomstandigheden van zgn. warme platte daken en een conventionele lagenvolgorde dicteren ontwerpers gewoonlijk om een dampremmende laag of dakmembraan te gebruiken. Een dergelijke oplossing beschermt weliswaar de binnenruimten van een gebouw, maar maakt het onmogelijk het defect in het dak op te sporen.

Uit praktische ervaring kan geconstateerd worden dat de oorzaak van lekkage in de dakconstructie in de regel niet eenduidig is. Net als op andere vakgebieden zijn defecten gewoonlijk het gevolg van een combinatie van factoren, die leiden tot lekkage in de dakconstructie. Het kan gaan om een slechte combinatie van materialen of slecht afgewerkte details van het dakontwerp, of om defecte bouwmaterialen, menselijke fouten bij de uitvoering of andere onvoorziene oorzaken. Het doel van dit artikel is echter niet te speculeren over wat in welke fase verwaarloosd werd en door wie, maar vast te stellen hoe het probleem op tijd ontdekt en hersteld kan worden.

De meest voorkomende structuur van dakbedekking van platte daken is tegenwoordig een warm dak met een conventionele opeenvolging van lagen. In het algemeen is de draagconstructie voorzien van een dampremmende laag of dakmembraan, daarop de thermische isolatie en vervolgens de hoofdwaterdichting. Voor de afvoer van regenwater wordt voor dergelijke warme daken met een conventionele opeenvolging van lagen een tweetraps afvoer gebruikt.

Voor dit artikel is het tevens zinvol om twee basisbegrippen uit de Tsjechische norm ČSN 73 1901 – Het ontwerpen van daken te noemen. De dampremmende laag oftewel het dampscherm is een waterdichtende laag die het transport van verzadigde waterdamp in de bouwconstructie of naar binnen of buiten beperkt of voorkomt. Een dakmembraan daarentegen is een laag die de bouwconstructie of de omgeving beschermt tegen water bij defecten aan de hoofdwaterdichting.

In het algemeen is het constructie-ontwerp van dakmembranen zodanig dat het tegelijkertijd de functie van dampscherm vervult. Omgekeerd hoeft dit echter niet te gelden, omdat aan dampschermen lagere eisen worden gesteld dan aan dakmembranen. Dampschermen moeten primair voorkomen dat er veel verzadigde waterdamp vanuit het interieur in de dakbedekking terechtkomt, maar hoeven niet waterbestendig te zijn. Als het dus mogelijk is dat bij daklekkage water door de hoofwaterdichting heen kan komen, dan dient niet de term dampscherm, maar dakmembraan te worden gebruikt.

Bij naleving van bovenstaande principes wordt dankzij het gebruik van een dakmembraan en een tweetraps afvoer een zodanige waterdichtheid van de constructie bereikt, dat het in de praktijk niet mogelijk is een defect aan het dak te detecteren wanneer het dakmembraan niet ook defect is. Bij defecten aan de waterdichting is het grootste probleem uiteraard het water dat in de thermische isolatie terechtkomt, waardoor het materiaal daarvan degradeert, maar ook de dakconstructie overmatig belast raakt. De overbelasting van het dak kan gedeeltelijk verminderd worden door het dakmembraan te ontwateren, bij voorkeur rechtstreeks via de regenpijp. Norm ČSN 73 1901 – Het ontwerpen van daken in bijlage C.1.3 beveelt aan dat bij afwatering van het dakmembraan in dezelfde pijp als de hoofdwaterdichting, deze op de riolering aangesloten moet zijn met een zelfstandige afvoer en de verbindingsleiding uitgerust moet zijn met een terugslagklep met het oog op terugstromen van water bij hevige regenval.

Deze werkwijze zorgt er dus voor dat de binnenruimtes van het gebouw beschermd worden, maar gaat niet in op het opsporen van een lekkage van de dakbedekking. Op deze problematiek richtte Topwet s.r.o. zich bij de ontwikkeling van nieuwe hulpmiddelen voor het opsporen van lekken en/of het ontwateren van het dakmembraan.

     

Signalisatie van defecten aan de waterdichting en ontwatering van het dakmembraan – TW SIGN KL


Dit is een systeem dat niet alleen zorgt voor de detectie van water op het dakmembraan vanuit het interieur, maar ook voor ontwatering overeenkomstig bijlage C.1.3 van de al eerder genoemde norm ČSN 73 1901, die aanbeveelt dat bij afwatering van het dakmembraan in dezelfde pijp als de belangrijkste waterdichting, deze op de riolering aangesloten moet zijn met een zelfstandige afvoer en de verbindingsleiding uitgerust moet zijn met een terugslagklep. Bij ons systeem met een afvoer DN 50 en een flexibele slang en een terugslagklep plus een transparant controlebuisje, dat waterdicht wordt aangesloten op het dakmembraan, is dankzij het controlebuisje een visuele controle mogelijk om vast te stellen of er water op het dakmembraan staat. Het water kan via de flexibele slang wegstromen en de terugslagklep zorgt ervoor dat het water bij hevige regenval niet terug kan stromen. Wij raden aan het controlesysteem zo laag mogelijk in het afschot te plaatsen.

     

Signalisatie van defecten aan de waterdichting – TW SIGN


Het systeem is bedoeld om water op het dakmembraan van binnenuit te detecteren in geval van defecten aan de waterdichting. Het controlesysteem bevat een afvoer DN 50, een flexibele slang en een transparant controlebuisje en is aangesloten op het dakmembraan. Dankzij het controlebuisje kan worden gecontroleerd of er water op het dakmembraan staat en met behulp van de flexibele slang kan het controlebuisje op de gewenste plaats in het systeemplafond worden gebracht. Het transparante controlebuisje wordt vastgezet met een boutverbinding en kan dus op elk gewenst moment worden geleegd of gereinigd. Wij raden aan het controlesysteem zo laag mogelijk in het afschot te plaatsen.

     

Dakdoorvoer voor het signaleren van defecten aan de waterdichting – TWO SIGN

Het controlesysteem is bedoeld om water op het dakmembraan te detecteren in geval van defecten aan de waterdichting. Wordt gebruikt in gevallen waarbij geen controle van binnenuit mogelijk is, maar wel vanaf het dak. Via de controledoorvoer, die waterdicht is aangesloten op het dakmembraan, kan dankzij een reservoir visueel worden gecontroleerd of er water op het dakmembraan staat. Controledoorvoeren moeten zo laag mogelijk in het afschot worden geplaatst, maar mogen niet in de directe nabijheid van de afvoer worden bevestigd, zodat de dakelementen perfect waterdicht kunnen worden afgewerkt.

 

TW SIGN KL TW SIGN TWO SIGN

Wanneer u vaststelt dat er water in een controlebuisje of reservoir staat, dan is er sprake van daklekkage en moet direct actie ondernomen worden.

Ing. Martin Pánek, technisch medewerker Topwet s.r.o.

Moderne trends in de afwatering van terrassen, balkons en loggia's

De nieuwe terrasaccessoires voor dak- en balkonafvoeren van Topwet zetten de toon op het gebied van afwatering van terrassen. De ontwikkeling, die in gang werd gezet in het voorjaar van 2014, was vanaf het begin een afspiegeling van de behoefte van dakbedekkingsbedrijven aan eenvoudige systeemoplossingen in de uitvoering en flexibiliteit bij het zoeken naar atypische oplossingen. De nieuwe accessoires werden officieel gepresenteerd op de Dakenbeurs in Praag, waar ze direct positief werden ontvangen.

Renovatie en sanering van de afwatering en ventilatie van platte daken

Bij de renovatie en sanering van platte daken krijgt de aannemer vaak te maken met uiteenlopende problemen en technische oplossingen, waaronder vooral de aansluiting van de nieuwe waterdichting op de regenpijpen, een betrouwbare afwerking van ventilatiepijpen en kabeldoorvoeren, het zorgen voor een doeltreffende ventilatie van zgn. koude daken enz. En omdat de langdurige functionaliteit en betrouwbaarheid van elk dak staat of valt met een correcte uitvoering van de details, moeten voor de afwerking van de details de juiste producten en beproefde technologische procédés worden gebruikt.